Doussard, een dorp gelegen aan het uiteinde van het meer van Annecy, herbergt een opmerkelijk historisch erfgoed. Van La Maison Forte de Blain uit de 15e eeuw tot de Pont de Verthier uit 1770, langs de geheime routes van de zoutsmokkelaars: elke plek vertelt een hoofdstuk uit de geschiedenis van de Alpen. Twee Tresorus-missies stellen u in staat dit erfgoed met het gezin te ontdekken.
Ingeschreven als Monument Historique is La Maison Forte de Blain een zeldzaam voorbeeld van burgerlijke architectuur uit de 15e eeuw. Herkenbaar aan de kruiskozijnen (stenen kruisen) en de verdedigingsroosters is het geen eenvoudige boerderij, maar een herenhuis. Gebouwd op een strategische plek bewaakte het gebouw de oude koninklijke weg die Annecy verbond met Faverges en Italië. De familie Blain, rijke lokale notabelen, hief er waarschijnlijk rechten op de goederen die naar de haven werden vervoerd.
De zogenaamde 'Vieux Pont' van Verthier werd rond 1770 in natuursteen gebouwd ter vervanging van de oude houten bruggen die regelmatig door de overstromingen van de Eau Morte werden weggespoeld. Bekijk de sluitsteen bovenaan de boog: deze houdt het geheel bij elkaar door eenvoudige drukverdeling, zonder gewapend cement. In de Middeleeuwen was het oversteken van deze brug duur: de heer van Beauvivier hief er een tol op zout, graan en reizigers. Vlak ernaast voedden kanalen ('biefs') de raderen van de molens en zagerijen van het dorp.
Het personage dat de eerste Tresorus-missie in Doussard begeleidt, is geïnspireerd op Gaspard Stockalper (1609-1691), bijgenaamd de 'Koning van de Simplon' of de 'Koning van het Zout'. Deze Zwitserse zakenman was de rijkste van zijn land en controleerde de handel door de Alpen, de mijnen en de post. Nadat hij baron van Duingt was geworden (het kasteel op het schiereiland in het meer), werd hij in 1678 tot ballingschap gedwongen tijdens een politieke opstand tegen zijn monopolie. Het verhaal van zijn vlucht via Doussard om zijn Savooise gronden te bereiken, is een aannemelijke historische hypothese.
Vóór de uitvinding van de koelkast was zout het enige middel om vlees en vis maandenlang te bewaren. Deze vitale grondstof was een fortuin waard — men noemde het 'het witte goud'. Het woord 'salaris' komt overigens van het Latijnse salarium, de premie die Romeinse soldaten ontvingen om hun zout te kopen. In de Alpen werd zout via de bergpassen en meren verhandeld, wat de welvaart bracht voor de kooplieden en heren die de routes controleerden.
La Gabelle was de koninklijke belasting op zout, een van de meest gehate van het Ancien Régime. De prijs kon van provincie tot provincie tot tien keer verschillen, wat een bloeiende clandestiene handel deed ontstaan. De zoutsmokkelaars werden 'faux-sauniers' genoemd (van 'saunier', de zoutmaker). Zij riskeerden de galeien of zelfs de doodstraf. In Doussard boden de moerassen en rivieren discrete routes om aan de bewakers van de Gabelle te ontsnappen — een ideaal speelterrein voor smokkelaars.
Het personage dat de tweede Tresorus-missie in Doussard begeleidt, is Bastien, bijgenaamd 'Le Renard' (de Vos). In 1695 kent deze jonge smokkelaar elk hoekje van de moerassen. Zijn uitdaging: een lading zout doorheen smokkelen en daarbij de hinderlagen van de soldaten van de baron ontwijken. Door dit avontuur ontdekken de spelers de haven van Doussard, de rietvelden, de hangbrug over de Ire en het strand, terwijl ze leren over de geschiedenis van de zouthandel in de Alpen.
Beschikbare missies
2 (Le Port Englouti + L'Or Blanc des Marais)
Duur per missie
40 min tot 1u30
Afstand
1 tot 2,5 km te voet
Moeilijkheidsgraad
Makkelijk, geschikt voor gezinnen
Aanbevolen leeftijd
Vanaf 5 jaar
Prijs
Gratis
Vertrekpunten
La Maison Forte de Blain / haven van Doussard (74210)
Parking
Gratis parking in het centrum van Doussard
Laatst bijgewerkt:
Download de gratis app en ga op avontuur in Doussard.